sloopauto

23 July 2010 (10:43)

Als de sloopauto niet lekt mag hij deze op het terrein laten staan. De meeste auto’s die aangeboden werden als sloop auto kwamen uit de grote steden dus is het doel van de sloop auto premie om vooral in grote steden de luchtkwaliteit te verbeteren al bereikt. Bij de meeste autosloop bedrijven wordt rekening gehouden met de werkende mens en kan er ook een afspraak gemaakt worden in de avonduren. Alle bedrijven die samenwerken met sloopauto service Nederland zijn bij de RDW aangesloten, dit garandeert veiligheid voor zowel de klant als het sloopbedrijf. Dit bewijs moet je goed bewaren, hierop staat de datum dat de auto over is gegaan in de handen van het auto sloopbedrijf. Het aanvragen van de sloop premie zou volgens een vooraf gemaakte berekening nog tot 30 juni moeten duren. De uitgebreide site van Sloopauto Service Nederland heeft een open karakter. De sloper meldt de auto aan bij de RDW waardoor hij niet meer van jou is. Als de te slopen auto een bedrijfswagen betreft moet men buiten het kentekenbewijs en kopie van de legitimatie ook een kopie meesturen van het uittreksel van de Kamer van Koophandel. Het auto sloopbedrijf kan inloggen op de site van de RDW, daar zal hij de auto op naam van het auto slopersbedrijf zetten. Met andere woorden je kunt er met eigen ogen zien dat het slopen van je auto niet alleen maar afval maar ook positieve resultaten oplevert. Het afval dat eerder werd verwijdert is opgeslagen in daartoe bestemde containers en wordt op een veilige, deskundige en milieubewuste manier verwerkt of vernietigd. Als eigenaar van het sloopautobedrijf ben je verantwoordelijk voor de controle en het uitvoeren van de verbeteringen waar dat mogelijk is. Het hoeft niet meer dan twee telefoontjes te kosten, een naar een erkend sloopbedrijf zodat je weet dat er niets mis gaat met de vrijwaring en een naar de verzekering om je auto af te melden. Op het internet kan men onder sloopregeling voorwaarden controleren of je auto aan alle voorwaarden voldoet om als sloop auto aangemerkt te worden.

parkeerpaaltjes

22 July 2010 (16:01)

De laatste innovatie bij parkeerpaaltjes treffen we in België aan, waar men in de stad Moeskroen een pilot uitvoert met zogenaamde ‘intelligente’ parkeerpaaltjes. Ook zijn er specialisaties verkrijgbaar, bijvoorbeeld de verlichting van een paaltje met LED verlichting. Vooral in plaatsen waar een groot tekort aan parkeerplaatsen is bestaat steeds vaker de mogelijkheid om een nummerbord parkeerpaal aan te vragen. De niet inzinkbare parkeerpaaltjes bestaan uit 70 mm vierkante stalenbuis met een lengte van 1.000 mm. Er zijn houten exemplaren in kastanje of eiken. Voor mindervaliden ziet men vaak de parkeerpaal met het bekende rolstoelbord dicht bij de ingang van de bedrijven. Deze niet inzinkbare parkeerpaaltjes kunnen vergrendeld worden met behulp van een bodemplaat dan wel een fundatiestuk en beide verankeringen zijn leverbaar met of een driekant- of een cilinderslot. Deze worden met grote zorgvuldigheid ingebouwd op de betreffende plek en kunnen zorgen voor tijdelijk afzetting van een parkeerplaats. De anti parkeerpaal is ook verkrijgbaar in een hoogte van 90 cm in aluminium met of zonder betonvoet, standaard voorzien van drie rode reflecterende banen en al naar gelang de wens uitneembaar door middel van een driekantslot uit de betonvoet of door middel van een cilinderslot omklapbaar op de betonvoet of voor een blijvende afzetting vastgezet in de betonvoet. Deze hebben beide een reflecterend vermogen. Natuurlijk kunnen er door vele ontwikkelingen meer dingen mogelijk gemaakt worden, zo is het ook mogelijk om zulk paaltje te besturen met een seintje vanuit uw mobiele telefoon, wanneer uw mobiele telefoon voldoet aan de voorwaarden om dergelijke seinen uit te zenden. Wanneer de parkeerder zijn gratis aan invaliden uitgereikte badge voor het elektronisch oog houdt, spring het lichtsein op groen en kan onbeperkt worden geparkeerd. Het meest gebruikt wordt de hydraulische parkeerpaal die automatisch omhoog of omlaag gestuurd kan worden Er zijn vaste en verzinkbare parkeerpaaltjes. De vaste parkeerpaaltjes worden vaak gebruikt voor de afbakening van terreinen de kleinere anti parkeerpaaltjes voor het aangeven van bijvoorbeeld een speelterreintje, de kleine anti parkeerpaaltjes zijn vaak voorzien van reflectiestrips. Dus wanneer parkeerpaaltjes van pas komen zal men uit moeten kijken en zich bewust moeten zijn van de reden van het bestaan op een dergelijke plek. Men kan zo ’s nachts zien waar deze parkeerpaaltjes staan, zo hoeft men er niet bovenop te botsen.

payroll

3 June 2010 (12:16)

Slechts een beperkt deel - minder dan 1 op de 5 - van de geïnterviewde uitzendkrachten/gedetacheerden verkiest de positie van flexwerker boven die van een vaste aanstelling. De wetgeving oogt goed qua vorm, stellen betrokkenen, maar de regels zijn in feite overbodig. Van de 44 zelfstandige bedrijven beschikken er 7 over een ondernemingsraad. Het vijfde bedrijf waarmee is gesproken, een groot algemeen uitzendbureau, vindt dat de nieuwe payroll er moet komen voor de hele organisatie. In het eerste bedrijf ging het om een vestiging die geen payroll, maar een onderdeelcommissie had; het concern werkt met onderdeelcommissies per vestiging. De nieuwe wetgeving geeft uitzendkrachten immers niet alleen medezeggenschapsrechten in inlenende maar ook in uitlenende bedrijven. De overige bedrijven geven vooral interne redenen op, zoals de ervaren behoefte de flexibele medewerkers meer bij het bedrijf te betrekken (7 maal genoemd), de wens alle categorieën medewerkers, dus ook de flexibele krachten, in de OR vertegenwoordigd te laten zijn (7 maal) en een in die richting geuite behoefte vanuit de flexibele medewerkers zelf (5 maal).. Het tweede bedrijf met een payroll zonder flexwerkers is eveneens een groot uitzendbedrijf met meerdere vestigingen verspreid over het land. In ons bedrijf net zo goed als bij andere bedrijven. Men is van plan een en ander stapsgewijs aan te pakken. De positie van de uitzendkrachten en gedetacheerden daarin vindt men echter een zeer lastig probleem. In 1997 lag deze op 79 kalenderdagen, in 1998 op 81 en in 1999 op 98 dagen. Ten aanzien van de gedetacheerde is het beeld hetzelfde: 67 procent van de uitzendbureau vindt dat men voldoende doet voor deze categorie personeel en 33 procent vindt dat dit niet het geval is. Wel is er in twee van de bedrijven door de payroll een commissie of een payroll lid aangewezen dat specifiek de taak heeft gekregen de belangen van de uitzendkrachten c.q. Eerst zal een commissie ingesteld worden die een algemeen kader moet opstellen. Het blijkt dat in dit bedrijf geen onderscheid wordt gemaakt naar de contractvorm die flexwerkers hebben, maar dat alleen rekening wordt gehouden met de duur dat ze als flexwerker aan het bedrijf zijn verbonden. Van de inlenende bedrijven geeft 12% te kennen dat op dit moment de gemiddelde verblijfsduur van gedetacheerden boven de 2 jaar ligt. Het deel dat hierin slaagt neemt geleidelijk toe en bedraagt momenteel circa een derde deel.

vorkheftruck

5 May 2010 (14:15)

De beter bekende vorkheftruck met lange uitstekende onderdelen (vorken) zijn bij uitstek geschikt om ladingen te tillen. Financieringsmogelijkheden bij bedrijven pakken vaak duur uit, kunt u de kosten niet of niet in zijn geheel opbrengen dan is het vaak een goedkopere oplossing om een krediet bij uw eigen bank aan te vragen. Na uw informatie die nodig is om een juiste ondersteuning te geven ontvangt u van hen uitgebreide informatie om de juiste beslissing te nemen. Voor het besturen van een vorkheftruck zijn bepaalde vaardigheden nodig. Wilt u meer weten over de wetten en waar u op moet letten ga dan naar de ARBO-site. Een vorkheftruck heeft een maximum gewicht, dit gewicht staat op de meeste gevallen aangegeven op de vorkheftruck. Is uw bedrijf sterk afhankelijk van seizoensarbeid dan is het misschien voordeliger om te huren. Informeer van te voren wat de mogelijkheden zijn. De opleidingen voor het besturen van een vorkheftruck bestaan uit zowel een theoretisch als praktisch gedeelte, bij beiden wordt vooral veel aandacht besteed aan de veiligheid. Kijk voor regel, wetten en een goed gebruik van vorkheftruck op de ARBO site, hier vind u alle informatie die u nodig hebt voor een veilig gebruik van de vorkheftruck. Zo kunt u de vorkheftruck en vorklift trucks gebruiken binnen het magazijn of winkel maar ook inzetten bij het laden en lossen van vrachtwagens. Voor de vorkheftruck die voornamelijk gebruikt wordt voor binnen adviseert de ARBO om een elektrische vorkheftruck aan te schaffen, dit in verband met de schadelijke uitstoot van gassen. De categorieën zijn onderverdeeld in hand pallettrucks en elektro pallettrucks, stapelaars en vorkvorkheftruck, orderverzamelaars en reachtrucks, diepstapelsystemen, trekkers en hoogbouwtrucks. Zowel de ARBO als arbeidsinspectie zijn actief om de gevaren en het verkeerde gebruik van vorkheftruck te signaleren en voor zover mogelijk op te lossen om het gezondheidsrisico voor werknemers te verminderen. Voor goede adviezen en vergelijkingen kunt u het beste kijken op het internet, hier kunt u verschillende dealers vinden waar u ook voor aanvullende informatie terecht kunt. De aanschaf van vorkheftruck binnen een bedrijf is meestal een grote kostenpost. Belangrijk is een goede opleiding zodat men weet wat men doet en leert dat veiligheid voorop staat. Behalve de uitgebreide cursussen bestaan er ook korte cursussen bedoelt voor mensen die veelal lichte werkzaamheden moeten uitvoeren met een vorkheftruck zoals in magazijnen, deze verkorte opleiding is het meest geschikt voor mensen die al wat ervaring hebben in het bedienen van een vorkheftruck zoals bijvoorbeeld vrachtwagenchauffeurs.

radiatoren

9 April 2010 (8:30)

De doorvoeren van luchtkanalen door wanden en vloeren die zoveel groter zijn dan de leidingen van warmwater installaties, kunnen binnen de woning onaanvaardbare geluidslekken opleveren. Tussen twee kamers kan het nog erger worden als aan weerszijden van de tussenwand de twee roosters op hetzelfde kanaal zijn aangesloten. Als ketel en radiatoren in de stookruimte verre van geruisloos functioneren kan er via retourluchtrooster, kieren in de deur van de stookruimte en de tussenwanden zelfs geluid naar de andere vertrekken worden doorgegeven. Door een goede isolatie van de stookruimte zijn al veel klachten te voorkomen. Om te voorkomen dat het geluid van de ventilator door de luchtkanalen tot in de andere vertrekken doordringt kan de binnenzijde van de kanalen met geluidabsorberend materiaal worden bekleed. Het stromingsgeluid van de verwarmde lucht in de kanalen kan verder eigenlijk alleen maar worden voorkomen door een goed ontwerp van het kanalensysteem: afmetingen, vormgeving, plaats van kleppen, keuze van roosters enzovoort. Mocht de ventilator hoorbaar blijven doordat de ketel de vloer in trilling brengt, dan zijn er verschillende mogelijkheden: de ventilator verend in zijn behuizing ophangen of de hele ventilatorsectie flexibel aan de ketel bevestigen, dan wel het aanbrengen van (doorgaans) rubber trillingdempers tussen ketel en vloer. De geluidshinder die wordt veroorzaakt doordat twee naast elkaar liggende roosters op één kanaal zijn aangesloten wordt in vaktermen ‘crosstalk’ genoemd, een toepasselijke naam. Deze problemen kunnen zoveel mogelijk worden ondervangen door bij het ontwerp deze radiatoren niet te dicht bij elkaar te plaatsen. Ook kan met geluidabsorberend materiaal tegen de wanden van het kanaalgedeelte tussen de beide roosters iets worden bereikt.

Is er sprake van een binnen een kanaal gelegen luchttoevoer voor een bovenverdieping, dan kan de buitenwand daarvan met isolerend materiaal worden ommanteld om deze variant op het doorspreekeffect te verminderen. Het spreekt vanzelf, dat moet worden voorkomen dat bij het leggen van kanalen door vloeren en wanden grote kieren moeten worden gedicht omdat dat in de praktijk grote geluidslekken kunnen blijken te zijn. Het is lastig om in zijn algemeenheid richtlijnen te geven voor een exacte oplossing van de genoemde problemen, omdat de situatie van geval tot geval zal verschillen en steeds weer andere factoren een rol van betekenis spelen. Het binnenste stripje zet nu meer uit dan het buitenste, de spiraal ontrolt, het buisje kantelt langzaam naar rechts en bij de verlangde kamertemperatuur valt het kwik naar rechts met het gevolg: de ketel slaat af (’aan uit’-regeling). Als voorbeeld is het bimetaal met buisje beschreven; in plaats van het buisje kan het een contactpunt zijn met een tweede vast contact of een microswitch. Het temperatuurverschil tussen het in- en uitschakelen heet differentie of schakeldifferentiaal; de temperatuur die er tussen ligt, het gemiddelde tussen de in- en de uitschakeltemperatuur, is het regelpunt. Deze begrippen zijn in de verduidelijkt. Hoe verloopt de temperatuur in het vertrek?

bureaustoelen arbo

15 January 2010 (17:39)

Waarschijnlijk is het gebouw van Interpolis, dat deze winter gefaseerd in gebruik genomen wordt, het meest geavanceerde kantoor in Nederland. Niet qua architectuur, maar qua inrichting men gebruikt bijvoorbeeld bureaustoelen arbo. In een zeer laat stadium werd de inrichting van het door Abe Bonnema ontworpen standaardkantoor volledig gewijzigd. De geplande cellenstructuur is onder begeleiding van Veldhoen Consultancy vervangen door een gedifferentieerde uitwerking van het coconconcept. Het introduceren van flexibele en wisselwerkplekken maakt de nieuwbouw van de al geplande tweede fase overbodig. Dit levert een besparing op van € 35 miljoen, waarvan een fiks bedrag benut is om de gewijzigde kantoorinrichting te realiseren. Er is onder andere geïnvesteerd in specifieke technische faciliteiten en in een hoogwaardige, door interieurarchitect Nel Verschuuren ontworpen inrichting. Een klein maar beslissend detail is het gebruik van persoonlijke, mobiele telefoons, die ‘aangesloten’ zijn op de centrale. Deze functioneren alleen binnen het gebouw. Een tweede detail zijn de flexikofifers: aluminium koffers op wieltjes, waarin plaats is voor de persoonlijke kantoorbenodigdheden inclusief laptops en vakantiekiekjes. Werknemers halen bij binnenkomst hun post, telefoon en containers uit de daarvoor speciaal ontwikkelde mail- en flexiwalls en zoeken naar behoefte een babbel-, vergader-, lees- of werkplek. Per 1400 werknemers komen er 950 werkplekken. Alhoewel er per afdeling verschillen zijn in de inrichting zijn globaal 50 werkplekken voor 70 werknemers beschikbaar. De bezetting ervan moet zichzelf reguleren. De enige regel die geldt is de clean-desk procedure: ’s avonds om zeven uur haalt de schoonmaakploeg alles wat nog rondslingert weg. Transparante, individuele werkcabines, open werkplekken en kleine vergaderfaciliteiten met een verschillende mate van openheid liggen aan de gevel, van de collectieve middenzone gescheiden door grotendeels glazen wanden en gedeeltelijk ook kastwanden.

Strategisch gebruik van mat en transparant glas moet een opgesloten gevoel voorkómen, terwijl toch voldoende concentratie mogelijk is. De middenzone bevat de bibliotheek. Hoge wandkasten en middelhoge kasten bevatten de gezamenlijke archieven. Van het oorspronkelijke archief mocht slechts 25 procent meegenomen worden naar het nieuwe gebouw. Het zoeken naar de nodige dossiers wordt vergemakkelijkt door verschuifbare ‘leesplanken’ en een aantal comfortabele leesplekken en leestafels. Elke afdeling heeft een eigen, modieus ingerichte coffee corner en pantry. De directieleden moeten evenals alle werknemers hun eigen werkplek zoeken. Bij Interpolis komt de keuze voor het radicaal ingevoerde coconkantoor niet alleen voort uit een bezuiniging. Het bewerkstelligen van een cultuuromslag in de werkwijze van de organisatie en het updaten van het eigen imago zijn minstens zo belangrijk. In plaats van de reeds geplande kantoorvleugel wordt volgend jaar in een door West 8 ontworpen tuin een zogenaamde Comarena gebouwd, een faciliteit voor multimediale, interactieve bijeenkomsten, waar gebruik gemaakt kan worden van de nieuwste technische snufjes. Interpolis wil zich profileren als een organisatie die voorop loopt in het gebruik van de mogelijkheden die de technologische vernieuwingen bieden. Zowel de invloed van de nieuwe werkwijze op het welzijn van de werknemers als de effectiviteit ervan voor de onderneming wordt gedurende een jaar onderzocht en vervolgens geëvalueerd. Daarmee is het een aardige testcase voor het hier in volle overtuiging geïntroduceerde coconkantoor.

rolluiken

7 January 2010 (17:45)

Deze rolluiken bevatten per lamel een speciale beveiliging die ervoor zorgt dat mensen van buiten af niet in kunnen breken. Deze rolluiken zijn meestal de meest goedkope vergeleken met de rolluiken die ook nog andere functies hebben. Als regel geldt dat de palen voor een kwart deel van hun lengte in de grond moeten steken. Gemoffeld of geanodiseerd aluminium veroudert minder snel en heeft betere mechanische eigenschappen. Voor een rolluiken van 180 cm hoog hebt u dus palen van 240 cm nodig. De rolluiken worden gemonteerd voor het raam, maar dan aan een stalen frame waarover de (meestal) stalen lamellen bewegen. Aluminium rolluiken weren beter tegen inbraak dan PVC rolluiken. En u schuift ze net zolang naar beneden totdat u geen last meer heeft van de zon. De rolluiken zijn namelijk gemaakt van aluminium of PVC. Bij winkels wordt er veel gebruik gemaakt van de rolluiken. Wat ook een belangrijk voordeel van rolluiken is, is dat zij duurzaam zijn. De opvulling bestaat meestal uit een bepaald soort schuim dat ervoor zorgt dat het geluid buiten blijft. Voor deze functies worden ze voor een raam of deur gemonteerd en worden verticaal omhoog of omlaag bewogen. Men kan ze links rollend gebruiken door de mat met de opwikkelrol 180° te draaien. Voor winkels zijn er vaak ook mogelijkheden is soort rolluiken. De schuifhekken vereisen geen bouwkundige voorzieningen en kunnen dus gemakkelijker aan bestaande gebouwen worden aangebracht dan rolhekken. De bodem van de rolluikkast is overlangs van een doorvoersleuf voor de mat voorzien. Rolluiken zijn ervoor bedoeld om de zon buiten te houden en een inbraak te bemoeilijken (niet te voorkomen, maar om het moeilijker te maken). Wat tegenwoordig zeker wordt gebruikt zijn de gemotoriseerde rolluiken. Opstellen van een houten rolluiken.

Deze steken niet uit, dus kunnen ook geen wind vangen, omdat ze tot op de grond kunnen rijken wanneer u ze omlaag schuift. Deze rolluiken zijn natuurlijk manueel als automatisch verkrijgbaar. Veel huizen hebben nog wel luiken, maar dat is meer voor de sier. Bij de laatstgenoemde categorie laat de scharnierverbinding ook een verticale uitschuifbeweging toe. Er zijn verschillende soorten rolluiken. Voor buiten zijn de rasterrolluiken en de doorzichtige rolluiken, gemaakt van polycarbonaat, zeer verstandig. Dat is met een zonneluifel wel anders, vooral als de zon laag staat. In Nederland vind men niet veel rolluiken meer. Deze zijn dan wel elektrisch gemotoriseerd en aangesloten op het stroomnet. De grootste vijand van hout is verwaarlozing. Dankzij het eenvoudige principe, afrollen door het eigen gewicht en oprollen met een band en bandwinder, beperkt het onderhoud zich hoofdzakelijk tot het periodiek reinigen. Tevens worden andere rolluikaandrijvingen, zoals staaldraadwinch en band winder toegepast. Dat is sowieso aan te raden, maar zeker met rolluiken. Met het oog op inbraakbeveiliging zijn zware metalen rolluiken uiteraard beter geschikt dan lichte aluminium of kunststof rolluiken. De polycarbonaat deuren zijn zo stevig dat deze makkelijk inbraakwerend gebruikt kunnen worden. Het zonwering rendement van rolluiken is uitstekend, getuige de uitgebreide toepassing in gebieden met een subtropisch klimaat.

verlichting

27 October 2009 (14:06)

De bewustwording van zuinig omgaan met energie en het milieu bleef. Jaren werd veel energie gestopt in de toepassing van hoogdruknatrium lampen met name in het centrum van de stad. Na jaren ervaring opdoen werd deze verlichting ingevoerd. De grachten lantaarn werd in 1981 ook voorzien van een hoogdruknatrium lamp (met rooster om verblinding tegen te gaan). In 1985 werd geconcludeerd dat alle inspanningen om energie te besparen hun vruchten hebben afgeworpen. Ondanks de toename van het aantal lamoen het geïnstalleerde vermogen afgenomen. Dit resultaat werd vooral bereikt door de vervanging van hoogdrukkwiklampen door natriumlampen en de veranderde schakeltijden in uv. Vandalisme is van alle tijden. Van de 106.000 lampen werden erin 1960 14.000 vernield. Een schadepost van f 40.000 op een totaalbudget van 4.5 miljoen gulden. In 1961 dicht een medewerker in het Wierings Weekblad:Veertienduizend straatlantaarns Worden hier elk jaar vernield! Als u mij vraagt, wat de jongens Bij die ’sport’ toch wel bezielt, Blijf ik u het antwoord schuldig, Maar dit weet ik dan toch wel: De gemeente draagt de kosten Van dit dure schervenspel, Rekent u dat maar eens uit…, Dat kost u en mij en anderen Elk jaar weer een flinke duit Toe nou, jongens, wees verstandig En bedrijf geen kattenkwaad, Dat de stad in hoge mate En de weggebruikers schaadt; ‘t G.E.B., dat al die lampen Maar weer repareren moet, Zou graag willen, dat je deze Flauwiteiten niet meer doet Het Adviesbureau ter voorkoming van misdrijven van de Gemeentepolitie voerde campagne onder het motto ‘Spaarde lantaarns!’De fol (Ook in de jaren ‘70 en ‘80 was vandalisme een groot probleem voor de beheerders van de openbare verlichting. In de maand maart 1979 werd het volgende overzicht gegeven van vandalisme: vernielde lampen (799 stuks); vernielde armaturen (58 stuks); vermiste of defecte zekeringen (355 stuks). Veel kon worden voorkomen door beter; onbreekbaar materiaal van de armaturen. Maar, dit zou wel het ‘paaltjetrappen’ uitlokken: het net zo lang tegen de paal trappen tot de lamp uitgaat. Verder werden met name in tunnels en viaducten deuren en armaturen volledig vernield. Friso Kramer In de jaren ‘80 waren duizenden Holbeinarmaturen aan vervanging toe. In de stadsuitbreidingen was bovendien een nieuwe lantaarn nodig. Verschillende fabrikanten werden uitgenodigd om met een voorstel te komen voor een lantaarn die zowel paste op de Paal ‘24 als op conische stalen masten. Uiteindelijk werd gekozen voor een ontwerp van de architect Friso Kramer. De lantaarn omvatte een kegelvormige kap van onderhoudsvriendelijk en vandaalbestendig materiaal. De lichtbron werd een PL lamp. De ‘kegel’ is op talloze plaatsen in Amsterdam te vinden. Thans wordt de combinatie van kegelarmatuur en Paal ‘24 niet meer passend geacht. Deze zal in de komende jaren verdwijnen. Al in de jaren ‘60 werd in de Amsterdamse gemeentepolitiek met de gedachte gespeeld een aantal gemeentelijke bedrijven te verzelfstandigen. Lange tijd had deze discussie een nogal theoretisch gehalte. In de jaren ‘70 en ‘80 brak deze discussie op allerlei niveaus in Nederland los.

relatiegeschenken

20 October 2009 (11:56)

Wat is er nou leuker voor uw (buitenlandse) zakenrelatie als u deze een typisch Nederlands relatiegeschenk geeft? Niets! Zeker voor buitenlandse zakenpartners is het zeer leuk om een relatiegeschenk te krijgen wat in zijn of haar land van herkomst nergens te verkrijgen is. Op deze manier bent u origineel met het bedenken van een relatiegeschenk en tevens weet u zeker dat u uw zakenpartner iets geeft wat deze zeker nog niet heeft. Wanneer u twijfelt over wat u uw buitenlandse zakenpartner cadeau moet doen als relatiegeschenk, is het goed om eens na te denken over een typisch Nederlands geschenk. Ten eerste geeft u dan iets wat deze zakenpartner zeker nog niet heeft en ten tweede zal dit cadeau een kostbare herinnering zijn voor uw zakenpartner. Dit geschenk zal hem of haar doen denken aan de relatie met u, als buitenlandse zakenpartner. Er zijn vele relatiegeschenken te bedenken welke typisch Nederlands zijn. Hierbij kunt u denken aan servies dat beschildert is met Delfts blauw, een schilderij van een bekend Nederlands schilder of een ‘eetmand’ met etenswaren die typisch Nederlands zijn. Zo kunt u een eetmand samenstellen met daarin bijvoorbeeld kaas, duivenkater en drop. Naast deze mand kunt u uw zakenrelatie ook nog een bos tulpen cadeau doen of een souvenir van de Zaanse Schans. Hierbij kunt u denken aan echte klompen die beschilderd zijn, of miniatuurmolens.

Deze vraag zult u misschien moeilijker vinden dan dit daadwerkelijk is. U kunt een relatiegeschenk met als thema ‘Nederland’ namelijk aan elke zakenpartner geven die niet in Nederland woonachtig is. Zakenpartners uit de volgende landen zullen deze soort van relatiegeschenk zeer zeker waarderen: Japan, China, Taiwan, Thailand, Rusland en Korea. Maar natuurlijk kunt u ook besluiten om een Nederlands relatiegeschenk aan een zakenrelatie te geven die uit een ander land komt dan bovengenoemde landen. Waar u veel buitenlandse zakenparnters een groot plezier mee doet, is een relatiegeschenk in de vorm van een dagje uit naar de Zaanse Schans. De Zaanse Schans is een openluchtmuseum gelegen in de prachtige omgeving van de Zaanstreek en trekt jaarlijks honderdduizenden bezoekers. Vele buitenlanders trekken jaarlijks massaal naar de Zaanstreek om een kijkje te nemen bij een van ’s werelds bekendste openluchtmusea. In Japan schijnt er zelfs een ‘Madurodam’ te zijn van de Zaanse Schans. Dus de Zaanse Schans in miniatuurformaat. Op de Zaanse Schans vindt u allerlei molens die al honderden jaren door heel de Zaanstreek hebben gestaan en die vandaag de dag nog steeds in werking zijn. Naast molens vindt u hier de eerste Albert Heijn winkel, een klompenmuseum, mooie wandelroutes en natuurlijk een echt pannekoekenhuis. Tot slot kunt u hier een foto laten maken van u en uw zakenpartner, kunt u plaatsnemen in de levensgrote klomp die geplaatst is bij de ‘klompenmakerij’ en kunt u bij meerdere winkels terecht voor uw souvenirs. Kortom: een dag om nooit te vergeten!

uitzendkracht

6 October 2009 (15:29)

Veel bedrijven maken gebruik van uitzendkrachten. Een uitzendkracht wordt ingehuurd via een uitzendbureau als een bedrijf tijdelijk personeel nodig heeft, het salaris van de uitzendkracht wordt betaald door het uitzendbureau. Het voordeel van werken als uitzendkracht is dat je een baan mag weigeren, je niet aan 1 bedrijf vastzit en toch dezelfde rechten hebt als het “vaste” personeel. Een uitzendkracht begint altijd met een los dienstverband, dit betekend dat er geen recht is op salaris of een baan, naarmate je langer in dienst bent van het uitzendbureau nemen ook de rechten en plichten toe. Het recht op salaris en werk groeit maar de uitzendkracht mag dan ook niet zomaar elke baan meer weigeren. Meestal wordt van tevoren de duur van de opdracht vastgelegd, dit is echter geen verplichting en zo kun je als uitzendkracht binnen een paar dagen ook weer op straat staan. Op de lengte van de uit te voeren opdracht staat geen limiet meer, een uitzendkracht blijft bij het bedrijf zolang deze hem nodig heeft.

Een uitzendkracht wordt ingedeeld in fases die met de duur van het contract met het uitzendbureau groeien. Gestart wordt in fase a, in fase A worden alleen gewerkte uren betaald, dit noemt men de opbouwweken, deze periode wordt afgesloten als er 78 gewerkte weken zijn behaald. fase b, in fase B krijgt de uitzendkracht een contract voor bepaalde tijd, met dit contract worden ook niet gewerkte uren door bijvoorbeeld ziekte of geen werkaanbod wel uitbetaald. Fase 2 duurt maximaal 2 jaar en lijkt het meest op een regulier contract. FASE C, in fase C krijgt de uitzendkracht een contract voor onbepaalde tijd. Met dit contract heeft hij dezelfde rechten en plichten als een reguliere werknemer en kan hij op dezelfde plaats werkzaam blijven tot aan de pensioensgerechtigde leeftijd. De meeste uitzendkrachten werken onder de CAO voor Uitzendkrachten. Bij inschrijving kan een uitzendkracht zijn wensen betreffende uren, vakantie en aard van arbeid al vastleggen. De vrijheid om wijzigingen aan te brengen trekt veel mensen aan. Steeds meer bedrijven bieden een baan voor uitzendkracht met uitzicht op vaste baan aan. Het “gebruik” van een uitzendkracht bespaard het bedrijf loonkosten, zou zo’n baan echter groeien of een uitzendkracht waardevol te blijken dan heeft de werkgever altijd de mogelijkheid om bij gezamenlijke overeenstemming de uitzendkracht na de afgesproken tijd met het uitzendbureau in vaste dienst te nemen, in dit geval is er geen uitwerkperiode bij het uitzendbureau.

Er zijn veel gespecialiseerde uitzendbureaus gericht op de opleiding en het vakgebied van de uitzendkracht. Het loont de moeite dan ook om eerst goed rond te kijken alvorens tot inschrijving over te gaan. Vraag voor u uw handtekening zet met welke CAO het uitzendbureau werkt, let op dat het uitzendbureau voldoet aan de eisen van de waai, Wet Allocatie Arbeidskrachten door Intermediairs zo weet je zeker dat je bij een veilig en vertrouwd uitzendbureau staat ingeschreven. Volgens deze eisen moet een uitzendbureau altijd controleren bij wat voor een bedrijf je als uitzendkracht terechtkomt, waar het bedrijf zich bevindt en wat de kwalificaties voor de uit te voeren arbeid zijn.

schuttingen

21 September 2009 (17:30)

Het tot stand brengen van een aantal tuinobjecten en schuttingen die u met alle recht uw eigen creaties kunt noemen. Volg onze Instructies en u bent in staat uw tuin te omheinen af te werken objecten te creëren die niet alleen het aanzien verhogen en planten aanzetten tot groei maar ook zorgen voor een beschutte omgeving waar u af en toe kunt ontsnappen aan de druk van het dagelijkse leven en u zich even rustig kunt genieten van de natuur! Wanneer u uw tuin wenst te veranderen van een plat stuk grond in een landschap met enige opvallende kenmerken, bijvoorbeeld een schutting of een tuinhuisje, is hout daartoe de meest voor de hand liggende keuze. Hout is immers een zo veelzijdig materiaal, dat de mogelijkheden vrijwel onbeperkt zijn. De mogelijk enige beperking vormt wellicht uw vaardigheid in het hout bewerken, maar zelfs als amateurtimmerman zonder twee rechterhanden en een timmermansoog kunt u heel behoorlijke resultaten boeken. Bedenk, dat buitenshuis, waar het oog immers wat minder kritisch is ingesteld, een wat minder vlekkeloze afwerking van uw arbeid er niet zó precies op aan komt. In de verschillende hoofdstukken van dit boek zult u werkstukken aantreffen van heel simpele vorm, zoals een vogelvoeder tafeltje of een omheining, maar ook de wat meer gecompliceerde. Het eerste hoofdstuk handelt over de meest gangbare typen hekken en omheiningen, en vertelt u alles wat u moet weten over het kiezen en opbouwen ervan alsmede tips voor het onderhoud. In het volgende hoofdstuk vindt u details over het bouwen van pergola’s en lei voorzieningen in verschillende stijlen en mm muien, hoe u daarlangs uw klimplanten kunt leiden en hoe een lat- of traliewerk zo goed mogelijk kan worden aangebracht.

Uw tuin heeft beslist paden nodig misschien ook een trap en ergens een plekje om te zitten wanneer het gazon te nat of vochtig is. Daarom wordt ruime aandacht geschonken aan het gebruik van hout voor natuurlijke paden en trappen en aan het timmeren van vlonders. Ben tuin- of zomerhuisje kan een perfect middelpunt vormen in uw tuinontwerp. Wanneer u in uw tuin uitrust van drukke werkzaamheden willen de kinderen toch bezig zijn. Dus wordt in het volgende hoofdstuk uitgebreid ingegaan op wat zij zich aan speelmogelijkheden maar kunnen wensen: een schommel, een zandbak een speel- en een boomhuisje. Daarnaast vindt u een ontwerp voor een kleurrijke verplaatsbare tuinvolière. Tenslotte vindt u een selectie aan kleine objecten die u in één weekend tot stand kunt brengen gevolgd door een uitgebreide bespreking van de materialen en gereedschappen alsmede de basistechnieken die u bi) herhaling nodig zult hebben. De vele kleurenfoto’s en detailtekeningen laten zien hoe de werkstukken in elkaar worden gezet. De begeleidende teksten en onderschriften leiden u stap voor stap door de verschillende fasen van elk project, van het uitrekenen en kopen van de materialen tot het bouwen en afwerken van wat u besloten hebt te maken. Wellicht zal dit u aanmoedigen te proberen aan de getoonde ontwerpen Of u nu een geheel nieuwe omheining maakt of een bestaand maar vervallen exemplaar wilt vervangen, altijd zult u vooraf wat huiswerk moeten doen. Daarbij spelen drie belangrijke overwegingen een rol.

uitzendbureau

15 September 2009 (17:30)

In het jaarlijkse NEI-instroom onderzoek onder uitzendkrachten wordt geen onderscheid gemaakt tussen plaatsingen op uitzendbasis en op detacheringsbasis. Het onderzoek geeft wel cijfers over de gemiddelde totale plaatsingsduur per uitzendkracht, dat wil zeggen de tijd dat uitzendkrachten gemiddeld voor een uitzendbureau werkzaam zijn. Deze is de afgelopen jaren gestegen, namelijk van 105 dagen in 1993 tot 133 dagen in 1998 en 147 dagen in 1999 (NEI, 2000). Dit gegeven impliceert niet zonder meer een verandering in de contractuele relaties tussen uitzendkrachten en hun werkgevers. Het duidt er wel op dat de relaties tussen uitzendkracht en uitleenbedrijf (uitzendbureau) in een aantal gevallen een minder vluchtig karakter hebben gekregen dan een aantal jaren geleden nog het geval was. De inlenende bedrijven noemen diverse argumenten om gebruik te maken van uitzendkrachten en gedetacheerden (zie voor een volledig overzicht: bijlage 2, tabel 2). Meest genoemde argumenten om uitzendkrachten in te schakelen zijn: . Goede manier om mensen voor vaste aanstellingen te selecteren (door 56% genoemd). . Om schommelingen in de vraag op te vangen (53%). Omdat er onvoldoende mensen te vinden zijn voor een vast dienstverband (42%).De meest genoemde argumenten om met gedetacheerden te werken zijn: Om niet voor alle expertises/disciplines vaste mensen in dienst te hoeven nemen (48%). Goede manier om mensen voor vaste aanstellingen te selecteren (39%). Om schommelingen in de vraag op te vangen (36%). Omdat er onvoldoende mensen te vinden zijn voor een vast dienstverband (36%).

Eerder kwam al naar voren dat wanneer bedrijven werknemers inlenen voor specialistische functies, het dan vaker om gedetacheerden gaat dan om uitzendkrachten. In bovenstaande opsomming wordt dat bevestigd: het meest genoemde argument (door 48% van de bedrijven) om met gedetacheerden te werken is dat men dan niet voor alle specialismen vaste mensen in dienst hoeft te nemen. Deze overweging speelt bij uitzendkrachten in mindere mate een rol. Voor deze categorie wordt dit argument door 23% van de bedrijven genoemd.

Inlenende bedrijven hebben meestal meerdere argumenten om met uitzendkrachten en/of gedetacheerden te werken. Een van de argumenten is dat het inlenen van werknemers tevens de mogelijkheid biedt om hieruit werknemers voorvaste aanstellingen te selecteren. In de interviews komt naar voren dat dit ook veel gebeurt. Van de 228 directeuren/personeelsfunctionarissen zegt 77 procent dat zij in 1999 een of meer uitzendkrachten in vaste dienst hebben genomen. Gemiddeld zijn in 1999 in de 228 bedrijven ruim 5 uitzendkrachten in vaste dienst genomen. In de 72 bedrijven waar de situatie rond gedetacheerden in kaart is gebracht, geeft 43 procent van de directeuren of personeelsfunctionarissen te kennen dat zij in 1999 een of meer van de gedetacheerde werknemers in vaste dienst hebben genomen. Gemiddeld is in 1999 in deze 72 bedrijven 1 gedetacheerde in vaste dienst genomen.

Schommelingen in de vraag, seizoenspieken en gebrek aan aanbod op de arbeidsmarkt zijn dus niet de enige c.q. de belangrijkste argumenten om uitzendkrachten en gedetacheerden in huis te halen. Blijkbaar worden deze argumenten wel vrij vaak naar de ondernemingsraden gecommuniceerd. In ieder geval geven die vaker aan dat deze argumenten een rol spelen bij het in huis halen van inleenkrachten. Overigens zijn de ondernemingsraden het met de directeuren/personeelsfunctionarissen eens dat het inlenen van werknemers een goede manier is om mensen voor vaste aanstellingen te selecteren. (Voor meer achtergronden over de enquête onder OR-en.

kerstpakketten

8 September 2009 (17:04)

De joel of het rad bestaat uit een cirkel met vier, zes of acht spaken en kan toegeschreven worden aan Wodan. Analoog met de zon, die een lichtbron is voor de wereld, was het rad een licht voor de geest Het fungeerde trouwens als basisvorm voor de runen. Alle andere wielen werden tot stilstand gebracht. Door een kar of spinnewiel te gebruiken zou men immers de zon beledigen. De zon wentelde zelf reeds genoeg. Van strijd of oorlog mocht er ook helemaal geen sprake zijn. En omdat heel de natuur in vrede leefde, mocht er absoluut niet gejaagd of gevist worden. Ter ere van de zon ontstak men wel grote vreugdevuren, die uit zichzelf ontvlamd moesten zijn en dus niet door een ander vuur ontstoken mochten worden. Zij brandden twaalf dagen en nachten lang. Gedurende joeltijd stond het vruchtbaarheidsaspect centraal. Men gaf elkaar kerstpakketten en andere geschenken. De Germanen omgaven zich met groen en takken en werden de vruchtbomen gewekt uit hun wintersluimer. Men sloeg met takkenbossen en zwepen op deze bomen, zodat ze eenmaal wakker zo veel mogelijk sappen uit de grond zouden trekken, opdat ze een rijke oogst zouden voortbrengen. Strobanden waren rond de stammen gebonden, om warmte en bijgevolg groeilust te brengen.

De midwinternacht was voor de Germanen een heilige nacht, omdat de goden dan de mogelijkheid boden om een glimp van de toekomst op te vangen. Dat was echter niet zonder gevaar, want ook de geesten van de overledenen dwaalden dan rond op aarde. In de Nederlanden reden de goden en de doden met een ware legermacht door de lucht: de zogeheten Wilde jacht. De bekendste Wilde jager in onze streken was Derk met de beer. Deze Derk reed op zijn everzwijn (beer) door de lucht en nam alle bruikbare gereedschap mee of vernielde het. De geloofspredikers toverden later de Wilde jager om in een goddeloze figuur die het aangedurfd had om op een zondag op jacht te gaan. Daarom was hij gedoemd om eeuwig te blijven jagen. Nog steeds wordt in delen van Scandinavië een twaalfdaags joelfeest gevierd. In Noord-Duitsland heet de periode van 26 december tot 6 januari nog altijd Zwölften, terwijl men het meer naar het zuiden heeft over Zwölf Nachte of Zwölf heilige Tage. Ook in Nederland werd de joeltijd aangeduid als de Twaalf Dagen en in Engeland met de naam Twelve Days, op 6 januari afgesloten met Twelfth Night. Gewoonlijk gold 26 december als eerste dag na kerst, wat betekende dat de joeltijd een einde nam op 6 januari als twaalfde dag na kerst. In Westfalen had men het aangaande de joeltijd over Drüttien Dagen. De overgang van de heidense festiviteiten naar het christelijke kerstfeest verliep geleidelijk. Het was vooral Augustinus die de gelovigen de opdracht gaf een groot deel van de bestaande gebruiken aan te houden, maar nieuwe betekenissen en christelijke waarden met de oeroude rituelen te verbinden.

betonvloer

31 August 2009 (14:26)

Bij toepassing van portlandcement klasse A en tricosal 181 kan de mortelspecie nog tot ongeveer 7 °C worden verwerkt; dit betreft ook de temperatuur van de aansluitende betonvlakken. Na het aangieten van de betonvloer zal na circa 45 minuten langs de randen een laagje water ontstaan ter dikte van 1 a 2 mm. Deze laag neemt toe tot 5 a 10 mm na circa 5 uur. Bij een goed mengsel is dit water helder, soms wat geel van kleur en wordt er geen cement aan de mortelspecie onttrokken. Ter verklaring van dit verschijnsel dient men te bedenken dat de functie van de hulpstof in het mengsel drieledig is, te weten: Verlaging van de viscositeit, zodat met minder water kan worden volstaan voor het bereiken van de gewenste verwerkbaarheid. Hierdoor wordt de waterafscheiding verminderd. Veroorzaken van een zwelling van de mortelspecie en wel zodanig dat ondanks de waterafscheiding het scheidingsvlak tussen de mortelspecie en het daarop staande water niet of nauwelijks daalt. Vertragen van de binding van het cement. De verlaging van de viscositeit en het veroorzaken van de zwelling zijn van groot belang voor de gietmortels. Het blijkt dat, indien er geen grote luchtinsluitingen in de betonvloer aanwezig zijn, het uittredende water zich een weg zoekt door de mortelspecie heen naar het vrije oppervlak. Wanneer echter wel lucht in het mengsel aanwezig is, zal deze opstijgen en zich tegen de onderkant van de kolom of wand verzamelen in de vorm van luchtbellen. Het overtollige water zal zich nu behalve langs de randen van de betonvloer ook verzamelen in deze luchtbellen en in andere niet goed gevulde delen. Wanneer deze holten en luchtbellen gelijkmatig zijn verdeeld over het betonvloeroppervlak, behoeft dit tot op zekere hoogte geen bezwaar te zijn.

trouwringen

18 August 2009 (13:25)

In het nummer van april 1937 werd nogmaals naar Juliana verwezen, misschien naar aanleiding van het succes van de Nationale Juliana trouwringen. Het vakblad vroeg zich af of de bedelarmband weer terug zou komen; de ouderen konden zich die nog wel herinneren en wat de bedels of miniatuur voorwerpjes betrof: ‘Duizenden van die goedkope zilveren dingetjes zijn er verkocht. In die dagen toen er nog een behoorlijke winstmarge was, lang geen kwaad artikeltje.’ Nu lagen de etalages in Parijse winkelstraten er weer vol mee en de aanhangers of portes-bonheur waren daar kleine kunststukjes in goud met email en stenen. ‘Wie weet - als H.K.H. Prinses Juliana in de Rue de la Paix of in de Rue Rivoli eens door zo’n armband met portes-bonheur getroffen geworden is en dien in ons land ging dragen. Een bepaald modeartikel stimuleert altijd den verkoop. En zulk een stimulans zal onzen winkeliers stellig welkom zijn.’ Het was een wat overtrokken beeld van Juliana als smaakmaakster voor de Nederlandse sieradenmarkt en zij droeg overigens een aardig exemplaar op een foto uit de tweede helft van de jaren dertig. De mode voor bedelarmbanden zou inderdaad doorzetten, maar pas in de naoorlogse jaren en het is absoluut de vraag of dat aan haar was te danken.

Ondanks haar terughoudendheid in het organiseren van grote ontvangsten tooide koningin Wilhelmina zich nog wel in volle glorie voor haar staatsieportretten. Op een serie foto’s uit 1937 van Godfried de Groot, die tot in de oorlogsjaren nog menigmaal in de media zouden opduiken, draagt zij een lief kapitaal aan diamanten en trouwringen. Het zijn echter allemaal ‘oude’ stukken. Geen nieuwe tiara’s en modieuze hoofdbanden met zeven diamanten korenaren meer, zoals zij middenjaren twintig nog liet maken. Ook voor de officiële foto’s uit 1938 naar aanleiding van haar 40-jarig regeringsjubileum droeg zij een parure die voor haar moeder was gemaakt. Als een moeder des vaderlands zette zij de toon in het sieradenvak voor behoudzucht en herwaardering van traditionele stijlen en technieken. De aanzet tot een rondere, volumineuzere vormgeving was in juli 1933 wel al zichtbaar in de advertentie voor een nieuw bestek van de Koninklijke Zilverfabriek Gerritsen en Van Kempen. Werkelijk moderne sieraden voor deze tijd werden pas in het oktobernummer van 1934 getoond. Het hoofdartikel was gewijd aan het onderwijs in de edelsmeedkunst aan het Instituut voor Kunstnijverheid onderwijs te Amsterdam Na het signaleren van een verloren afzetgebied, door de verminderde koopkracht maar ook door de grillige smaak van het publiek, werd de oplossing niet alleen gezocht bij technische en financiële impulsen, maar bij een ‘artistieke opheffing’.